Leerlingenzorg

In het Jenaplanconcept is elk kind uniek en heeft de school de verantwoordelijkheid voor de ontwikkeling van het kind dat zorgvuldig begeleid dient te worden. Begeleiden betekent voor ons: stimuleren, uitdagen, volgen en helpen.
De Morgenster heeft een digitaal zorgsysteem. In het zorgplan staat omschreven op welke wijze de zorg wordt vorm gegeven.
De groepsleider is in eerste instantie verantwoordelijk voor het begeleiden van de ontwikkeling van het kind en onderneemt actie als dit nodig is.

Kindvolgsysteem
De Morgenster volgt een kind in de ontwikkeling en informeert ouders daarover in het rapport en tijdens oudergesprekken):
De Morgenster gebruikt het Leerling Volg Systeem (LVS) van Cito (Centraal Instituut Toets Ontwikkeling). Deze toetsing geeft een beeld van de cognitieve ontwikkeling. 
Daarnaast gebruiken we een volgsysteem voor sociaal emotionele ontwikkeling, Scol.
In de onderbouw wordt KIJK! gebruikt.  Met behulp van KIJK! wordt de ontwikkeling van jonge kinderen geobserveerd en in kaart gebracht.
Het kind komt op de basisschool met een bepaalde beginsituatie en doorloopt een eigen ontwikkeling. Op het moment dat de ontwikkeling van een kind vooruit loopt of stagneert, onderneemt de school actie.
De observaties en ervaringen van de leerkracht zijn  zeer belangrijk bij het volgen van de ontwikkeling van het kind.

Kort samengevat volgt het zorgsysteem van De Morgenster de volgende stappen (cyclus).
Signaleren
Diagnosticeren
Planmatige hulp
Evaluatie

De Morgenster kiest voor een aanpak van planmatige hulp. Deze past goed bij het Jenaplanconcept en sluit goed aan bij de – steeds weer nieuwe – beginsituatie van het kind. Het onderwijsleerproces gaat uit van het werken in de zone van de naaste ontwikkeling van het kind. Dit betekent in de loop van de tijd een aanpassing van het toetsgebruik; welke (methodeonafhankelijke) toets wordt op welk moment aan welk kind aangeboden?
Het kindvolgsysteem kent een registratie van de ontwikkelingen op sociaal-emotioneel en op cognitief gebied. Concreet:
groep 1 & 2, de onderbouw: 
auditief- en visueel vermogen, ruimtelijk inzicht, taal-/denkvermogen, motoriek en werkhouding en sociaal-emotionele ontwikkeling
groep 3 t/m 8, de midden- en bovenbouw: rekenen, taal, spelling, begrijpend en technisch lezen, en sociaal- emotionele ontwikkeling.